De geschiedenis van Groenoord

De geschiedenis van Groenoord vertelt hoe platteland in stad veranderde. Groenoord was vroeger letterlijk een groen oord. Eeuwenlang bestond het gebied vooral uit weilanden en wat tuinderijen. Het gebied was te drassig om er iets te bouwen. Tot men begon in te polderen. In de twaalfde eeuw ontstond een marktplaatsje op de zuidoever van de Rijn, tegenover de monding van de Mare. Rond 1200 kreeg Leiden stadsrechten en in de twee eeuwen erna groeide de kleine nederzetting dankzij de wolnijverheid uit tot de grootste stad van Holland. Steeds meer gebied rond de stad werd gebruikt voor veehouderij, en in de stad ontstond een levendige veehandel.

Ook ten noorden van Leiden ging men grond inpolderen. Het deel van deze polder dat Kleine Stadspolder heette, gaf toen al de contouren weer van de latere wijk Groenoord. De Leidse bestuurder Johan Aegidiusz. van der Marck bouwde er zijn buitenplaats; een landgoed dat later de naam Huize Groenoord zou krijgen.

In 1896 werd de Kleine Stadspolder bij Leiden getrokken en omgedoopt tot Groenoord, naar de hoeve waar ondertussen de bekende schilder Floris Verster was komen wonen. In de jaren zestig werden de beroemde Groenoordhallen gebouwd.